Carpale tunnel syndroom 

In overleg met de plastisch chirurg besluit u tot een operatie voor de behandeling van uw carpaletunnelsyndroom. Ofwel onder plaatselijke narcose op de operatiekamer (dagbehandeling) of onder plaatselijke verdoving op de polikliniek.

 Houdt u er rekening mee dat uw hand na de operatie in een verband zit. Ook de verdoving werkt dan nog. Daarom mag u niet autorijden of zelfstandig aan het verkeer deelnemen. U bent dan niet verzekerd. Zorgt u dus voor vervoer naar huis.

 

Verdoving en operatie

Bij een operatie onder plaatselijke verdoving op de polikliniek is alleen verdoving van uw hand nodig. Tijdens de operatie heeft u om uw bovenarm een strakke band. Dit kan een vervelend gevoel geven. Deze band blijft de gehele operatie opgepompt, zodat er geen bloed in de arm stroomt. De plastisch chirurg heeft zo geen hinder van bloed in het operatiegebied en kan nauwkeurig werken.

Bij een operatie onder regionale narcose op de operatiekamer dient de anesthesioloog u de verdoving toe. Dat gebeurt via een infuusnaaldje in de arm waaraan de operatie plaatsvindt. Hierdoor is deze hele arm verdoofd. Ook in uw andere arm komt een infuusnaaldje. Via dit infuus kan de anesthesioloog - indien nodig - medicijnen toedienen.

De plastisch chirurg opent de te nauwe tunnel via een snede in de handpalm. Zo krijgt de zenuw meer ruimte. Daarna hecht hij/zij de wond en u krijgt een verband. De ingreep duurt ongeveer 20 minuten.

Na de operatie

Na een operatie onder regionale narcose gaat u terug naar de afdeling Dagbehandeling. Als u weer gevoel heeft in uw arm en hand mag u naar huis. 
Na een operatie onder plaatselijke verdoving op de polikliniek mag u direct naar huis. Uw arm komt in een draagdoek. Waarschijnlijk heeft u na de operatie niet veel pijn aan uw hand. Mocht u toch pijn hebben, dan kunt u paracetamol innemen.

De eerste 2-3 dagen moet u de arm in de draagdoek dragen. Wel is het belangrijk dat u uw vingers zoveel mogelijk beweegt. Tilt u ook de geopereerde hand af en toe ver boven uw hoofd. Dit is goed voor de bloedsomloop en het voorkomt dat de schouder en elleboog stijf worden.

U mag douchen of baden als u zorgt dat het verband droog blijft. U kunt een plastic zak over het verband doen. Meestal verdwijnen de tintelingen in de vingers en de (nachtelijke) pijn binnen enkele dagen. Het dove gevoel kan wat langer aanhouden.

 

Nazorg

Na tien dagen kunt u het verband en de hechtingen laten verwijderen door uw huisarts. U maakt hiervoor zelf een afspraak.

Binnen een paar weken kunt u de hand weer gebruiken bij lichte werkzaamheden. Sommige mensen blijven enige weken tot drie maanden pijn houden bij het litteken. De kracht in de hand is de eerste zes tot twaalf weken na de operatie verminderd. Bij ouderen en diabetespatiënten blijft het herstel van de zenuw (en daarmee het volledige gevoel in de hand) soms uit. Wel verdwijnen de pijnklachten en tintelingen.

Bij elke handoperatie kunnen complicaties optreden, zoals bloeduitstortingen, vertraagde wondgenezing, infectie en weefselversterf. Een niet veel voorkomende complicatie in de handchirurgie is dystrofie. De symptomen zijn een combinatie van pijn, zwelling, verkleuring, zweten van de hand en stijfheid van de vingers. Deze afwijking vereist vroegtijdige behandeling om functiestoornissen te voorkomen. Neemt u bij deze klachten daarom direct contact op met de polikliniek Plastische Chirurgie.